Een zielekreet
Lodewijk Mortelmans
'k Ben menigmaal, het oog vol tranendauw,
In sprakeloze aanbidding neer gezonken,
Wanneer de maan verrees in 't avondblauw.
De sterren lokten mij van waar zij blonken
- Ver, eindloos ver - met onweerstaanbre macht,
Als millioenen hemelliefdevonken.
En 'k bad om vleuglen in de stille nacht:
- O dat ik eens de oneindigheid doorkliefde! -
Helaas! wanneer? ik heb zo lang gewacht.
Verga de twijfel die mijn ziele griefde,
De hellegeest die met mijn lijden spot.
O Liefde! ik kan niet leven zonder liefde!
O God! ik kan niet leven zonder god!