O Lied

Lucien Van Branteghem

O Lied! O Lied!

Gij helpt de smert

wanneer de rampen raken,

gij kunt, o Lied, de wonde in 't hert,

de wonde in 't hert vermaken!

o Lied, o Lied!

Gij laaft den dorst,

gij bluscht het brandend blaken,

gij kunt, o Lied, de drooge borst

en 't wee daarvan doen staken.

o Lied! o Lied,

het zwijgend nat

dat leekt nu langs mijn kaken,

gij kunt het, en uw kunst is dat,

gij kunt het honing maken...

o Lied! o Lied!