Gebenedijd zijt gij

M. De Backer

Gebenedijd zijt gij

en onder al de vrouwen,

't zij wien of waar dat 't zij,

eerbiedig aan te schouwen;

o Moeder Maagd,

die Jesus draagt:

eerbiedig aan te schouwen!

Gebenedijd zijt gij,

vóór eeuwen uitverkoren,

gij Moeder, ook van mij,

daar God is uit geboren;

o Moeder Maagd

die Jesus draagt:

daar God is uit geboren.

Gebenedijd zijt gij,

en zalig zal 't u nomen,

dat is, van verre en bij,

uit Adam eens gekomen;

o Moeder Maagd

die Jesus draagt,

uit Adam eens gekomen!

Gebenedijd zijt gij:

naast u en is er geene

van zonde en schulden vrij,

o onbevlekte alleene;

o Moeder Maagd,

die Jesus draagt:

o onbevlekte, alleene!

Gebenedijd zijt gij

en boven u geprezen

moet God alleen, moet Hij,

de vrucht uws lichaams, wezen,

o Moeder Maagd,

die Jesus draagt:

de vrucht uws lichaams, wezen.

Gebenedijd zijt gij,

o, toevlucht van ons allen,

in zonde en slavernij

en laat ons niet hervallen,

o Moeder Maagd,

die Jesus draagt:

en laat ons niet hervallen!

Gebenedijd zijt gij:

de dood komt aangedreven,

o, Moeder, maakt ons blij,

na dit, in 't ander leven!

o Moeder Maagd,

die Jesus draagt:

na dit, in 't ander leven!