Diep in mijn ziel
M. de Jong
Diep in mijn ziel, daar troont ge als een Koning,
Wondre wiens naam ik nog altoos niet weet,
hoe hebt gij gekozen zoo schamele woning,
past om uzelf dan zoo donker een kleed?
Mag ik U dragen door nachten en dagen,
altijd bij U en hooren U aan?
Mag ik verwachten uw glimlach, de zachte,
mag ik verstaan,
ik, die zoo dikwijls in vlagen van leed dreigde te slaan
en wanhopig misdeed?