Herfstzang

M. de Jong

De Zomer sterft, de linden bruinen,

De boomen welken voor en na,

Van al de bloemen in de tuinen

Bloeit schoonst de roode Dahlia.

Maar van de struiken, zwaar van regen,

Dien, dag aan dag, de lucht vergoot,

Zijn op der paden slijk gezegen

Der rozen blaadren bleek en dood.

O! Laat maar sterven, laat maar welken,

Mij droeft de dood des Zomers niet,

Daar mij der Liefde Zomer elken

Dag blijder licht de ziel ingiet.