Meinacht
M. de Jong
Meinacht, nu de manestralen,
mild als Isis-blinken, dalen,
wil ik door de velden dwalen.
Meinacht, dans van liedekijnen
beeft in 't teeder mane-schijnen,
duisternissen gaan verdwijnen.
Meinacht, door dat zilver-zweven
wordt als maneschijn mijn leven,
stil tot Isis opgeheven