't Wil zomer zijn
M. Liebrecht
De zonne zit
zoo snel en blinkt,
en bloeit alin
het westen,
dat wolkenloos
heur stralen drinkt,
in Lentemaand,
den lesten.
't Wil zomer zijn,
van nu voort aan:
vroeg morgen zal
ik meugen
- 't wil zomer zijn! -
vermeien gaan
mij, morgen, en
verheugen!