Serenade

M. van 't Kruys

De mane hoorde ik heden droevig stenen:

'Ik wil niet langer aan den hemel stralen!

Ik tel de sterren vrucht'loos, één' voor ééne:

de beide schoonste zie ik nergens pralen...'

- Die beide schoonste! Ei God! Dat's niet gelogen!

Die stralen al zoo lang in liefjes oogen!