Gestaag bekruipt de nacht het land
Max Seifriz
Gestaag bekruipt de nacht het land,
glijdt langzaam over 't heuvelland.
Haar ogen zien de gouden waage staan,
die tijd verdeelt, en maar laat gaan
en driftig ruisen de bronnen maar door,
zij zingen de vrouwe, de nacht, in 't oor
van uren,
van tijden, de dag van vandaag.
Dit oude, oude doezellied,
ze kent 't wel, maar luistert niet:
zij hoort het blauwsel van de hemelboog,
dat met haar als vluchtige tijd vervloog.
Maar altijd weer stromen de bronnen maar door
en zingen de beken al slapend in koor
van uren,
van tijden, de dag van vandaag.