't Is nu zoo stil

N. Hazendonk

't Is nu zoo stil, het houtvuur gloeit

en blanke kaarsen branden,

kom nu in schemer van droomenpracht

en neem mijn handen.

O laat mij zitten als kindje klein

heel dicht bij je zegenende handen,

mijn oogen zijn droog van heete pijn,

mijn oogen branden.

O doe mij verhalen, vreemd en bang,

van verre, vreemde landen,

O laat ons zitten, wang aan wang;

de kaarsen branden.

O kom tot mij in stillen nacht,

vol wonder van licht en luister;

de kaarsen branden, vredig-zacht,

in 't schemerende duister.