So ic ware een voghel clein
O. Roels
So ic ware een voghel clein,
niemant die ' t sou clappen!
maer naer di, mijn liefken rein,
och wat vlooch ic rappe!
Och wat sattic blide en sacht,
up dijn veinster heel den nacht!
So ic ware een voghel clein,
een dat scoon can singhen,
' c liet dan ront dijn camerkijn
al mijn liekens clinghen!
al mijn liekens; een voor een,
du souts ' t hooren, du alleen!
Doch en hoordes du het niet,
bleef du zoete slapen,
' c bleefer singhen liet bi liet tot du souts ontwaken,
en mi segghen: vogel bli
singh so elcken nacht voor mi!... »
o'c En sou niet vluchten gaen,
' c liet van di mi vanghen,
'c liet mij in een ceefkens aen
naest dijn beddeken hanghen,
want van di ghevanghen sijn,
' t ware vroude, ghene pijn!...