Jij bent als een bloem
P. Baumeister
Jij bent als een bloem,
zo lief en mooi en zuiver;
ik kijk naar je, en weemoed
bekruipt me, ik huiver.
Ik denk, kon ik maar m'n handen
op jou, jou leggen, zacht,
biddend, dat God je behoudt,
zo gaaf en mooi, je pracht.