Zij komt

R. Colaço Osorio-Swaab

Gij berken, buigt uw ranke loovertrossen!

Strooit, rozen, op het zand èn sneeuw èn blad!

Gij, zwaatlende olmen, nijgt u naar het pad,

En kust den dauw van sidderende mossen!

En, snelgewiekte liederen der bosschen,

Stemt aan èn zang èn lof! En, klimveil, dat

Den slanken, diep-beminden beuk omvat,

Druk hechter aan de twijgen u, de rossen!

Voorzegger, die u zelven roept, o, kom,

En roep uw 'koekoek' duizend blijde keeren,

En fladder aan, vergulde vlinderdrom!

Zij zweeft hierheen, die zon en zomer eeren:

De lof van hare schoonheid klinke alom,

Waar zon en zomer te beminnen leeren!