Jacht
R. Herberigs
Knap op! Elk ende een nu, springt
wakker in de wegen;
't wachtwoord en de harop klinkt:
nu den slag geslegen!
't Wild zit in de bosschen schuil,
klauwen scherp, en tanden:
vaart en vindt den vossenkuil,
honden, rept uw' handen!
Vangen gaat, en volgen, snel;
terren, dat de turven
speiten! Wilt, in 't jagersspel,
dapper zijn en durven!