Spaman

R. Herberigs

Voorover, naar den grond gegroeid,

die haast hem hebben zal,

traag-traagskens met zijn' spade spoeit

en delft, in 't diepe dal,

de moegemoeide, ontmergde man,

die schaars zijn hoofd nog heffen kan.

Hij werkt nochtans, en delft en doet

zijn beste, tot der dood,

die wacht naar hem en elders spoedt,

tot dat in heuren schoot

hij vallen zal, en willekom

bij God zijn, recht en sterk weerom.

o Sterkheid, die, veel sterker als

de dood, op God betrouwt;

die stadig ook dien slavenhals

zijne eigen woonsteê bouwt,

daar, vrij en blij hij wezen zal.