De nachtegaal

R. Robberecht

Och Moeder, is dat nu de

nachtegaal,

daarvan gij, moeder, mij zoo

menigmaal

verteldet dat hij vóór de

zonne zingt,

en, na de zonne, zoetjes

avondklinkt?

Dat bruin hij is van verwe, en

eiers legt,

in leeggebouwde nesten?

Moeder, zegt,

wanneer hij, vroeg en spade, uit

minnen gaat,

is 't waar, dat hem een vooze

reuk verraadt?

dat menig malgemutste

speleman

daar schielijk kreeg een... kwade

kele van?

Maar dat hij reuke, lucht noch

lied en geeft,

zoo zaan hij eens zijn huis vol

kinders heeft?