'n Aven blomkes
R. Veremans
"'n Aven blomkes, moe van spelen,
gaat Mie douw doen, slaapt ook wel:
morgen, komt u niemand stelen,
herbegint ons kinderspel."
"'n Aven hoepels, 'n aven banden;
groote en kleene kaatsebal:
geeft... maar kijkt, ge 'n hebt geen handen:
Mie een kruiske u geven zal."
"Aatje-paais, nu altemale:
kruiske, kruiske, Pa en Ma..."
Mietje, mochte ik ach uw' tale,
onnavolgbaar, volgen na!
Van die kinders 'zeggen' hoorden,
heeft er een ooit nagezeid
de ongekunstenaarde woorden
van hun' bloote onnoozelheid?