Ganymedes
Richard Stöhr
Hoe in 't morgenzonlicht
Jij alom mij toestraalt,
Lente, Geliefde!
Met duizendvoud'ge liefdegolven
Dringt in mijn hart naar binnen
Van jouw eeuwige warmte
't Heil'ge gevoel,
Oneindige Schone!
Kon ik omvatten jou
Met deze arm!
Ach, dicht aan jouw boezem
Lig ik en hunker,
En al jouw bloemen, jouw gras
Persen zich aan mijn hart.
Jij koelt de brandende
Dorst in mijn binnenst,
Lieflijke morgenwind!
Daar roept de nachtegaal
Minziek naar mij uit het neveldal.
Ik kom, ik kom al!
Waarheen, ach, waarheen?
Omhoog!
De wolken, zij zweven
Neerwaarts, de wolken
Nijgen naar de smachtende liefde.
Hier! Hier!
Op jullie vleugels
Opwaarts!
Omstreng'lend omstrengeld!
Opwaarts, omhoog naar jouw boezem,
Alminnende vader!