En stel dat de bloemetjes raadden
Robert Avgustovich Pfennig
En stel dat de bloemetjes raadden
Hoe diep mijn hart is verwond
Dan groeiden daar weer zaden
Tot rozen uit mijn mond
En stel de de vogels wisten
Hoe diepgezonken ik ben
Ze floten: `Laat je niet kisten
En grijp weer naar de pen!'
En zagen maan en sterren
Dat inktzwarte hart van mij
Verscheen zelfs de zon van verre
En lichtte mij wat bij
Dus blijf ik ondergedoken
Maar eentje kent mijn verdriet
Die heeft dat hart gebroken
En lijmen kan ze niet.