In teere schaduw
Rosa Sophia Cornelia Nepgen
In teere schaduw zilverblauw
sloegen witte wieken en een gerucht
voer om; er werd een groote zucht
gewekt, een wenschen, dat ver weg wou.
Gij en ik, o wij gaan wel trouw
samen, wij vliegen uit in ééne vlucht
en laat het zijn naar het ver gehucht
van mijne ziel en gaan wij gauw
Dat ligt in de bergen, men vindt het nauw,
wijkende in de lentelucht,
schuchter de huizen, zonder gerucht
in teere schaduw zilverblauw.