Herfst

S. Moolenaar

De wind waait langs de heide,

Waar 't korte daglicht vliedt,

En donkre wolken glijden

Langs 't zilver-grauw verschiet.

Op verren molen draaien

De wieken loom ál-door;

Er zwermen bonte kraaien

Om 't kronklend wagenspoor.

Nu zal het najaar rijzen

Met droevig doodsbegin

En spinnen in zijn grijze

Lijkwade 't landschap in.