't Is nacht met koele maneschijn
S. Peranza
't Is nacht met koele maneschijn,
de oude gevels dagen:
de buidel is nu ingepakt,
de poort daar staat de wagen.
Daar bij de poortweg stonden zij
getweeen, 't was maar even...
Ze spraken over liefd' en trouw
en verder gaat 't leven.
Het laatste roosje gaf zij hem,
nu is het afgelopen,
zij kuste hem ten afscheid nog
en kon alleen nog hopen.
De hoefslag klinkt, de posthoorn schalt,
vertrektijd is gekomen:
het voeld' alsof daar met die koets
haar geluk was meegenomen.