Viva Maria

V. Nees

Ik voele alsdat mijn tong herleeft, viva,

om dat mijn hert weêr blijdschap heeft, viva;

het is Maria, zuivere Maagd,

die boven al mij wel behaagt:

Ave Maria!

De locht is als een groot casteel, viva,

bewoond door vogels vlugge en veel, viva;

de wolken liggen als een baan,

bedekt met duizend roozenblaân,

Viva Maria!

De vruchten rijpen goed en schoon, viva,

na langen arbeid valt de loon, viva;

wij werken geern, wij zingen klaar,

want blij zijn is een deugd, voorwaar,

Ave Maria!

Maria's kinderen, altemaal, viva,

wij doen gelijk de nachtegaal, viva:

van 's morgens vroeg, al voor den dag,

herhaalt hij voor die 't hooren mag:

Viva Maria!

Weest willekom, Gods Engel zoet, viva,

die onze Moeder hebt gegroet, viva,

en die ons daaglijks, menigmaal,

doet zeggen, in uwe eigen taal:

Ave Maria!

Lofweerde Maged, onbevlekt, viva,

tot mij uw milde hand uitstrekt, viva;

bevrijdt ons al, zoo kleen als groot,

van helsch gespuis en kwade dood.

Viva Maria!