Wiegelied

W. Andriessen

Sluimer mijn lieveling, sluimer zacht,

zoet rozengezichtj' in lokkengoud

met j'oogen waar vleklooze hemel blauwt;

ik waak bij je wiegj' in trouwe wacht.

Ik waak bij je wiegj' in trouwe wacht,

en strengel melodische rijmen aaneen

En leg z'om je hoofdjen als bloemen heen:

En licht van muziek wordt de stille nacht.

En licht van muziek wordt de stille nacht,

als j'engel bij rozen die ik je vlecht,

om 't lokkige goudhaar je leliën legt.

Sluimer mijn lieveling, sluimer zacht,

zoet rozengezichtje, in lokkengoud.