En als ik U maar hebbe
W. De Latin
En als ik u maar hebbe,
als gij de mijn maar zijt,
als, zelftot na het sterven,
uw trouw mij is gewijd!
Als, zoo mij God tot zich nam
toch gij me minnen bleeft;
zoo wou ik geren alles geven,
mijn goed, mijn bloed, mijn leven!
En als ik u maar hebbe,
en weet dat heel uw hert,
uw wenschen, droomen, trachten,
aan mij geschonken werd!
Och laat mij iederen stonde
u danken voor dat heil!
en laten wij gerust alle anderen
door ' t feestrumoer der wereld wanderen!
En als ik u maar hebbe,
niets dan ontbreekt mij meer:
staar ik bedroefd ten gronde,
gij wijst mij tot den Heer!
Ontvloeit mijn' oog een trane
gij komt en wischt die af,
en spreek ik, schrikkend, van « verscheiden, »
gij fluistert, mij: « wij gaan toch beiden! »
« o Beiden! » Mocht het wezen!
En wou de goede God
te samen ons verengelen,
vereend in ' t zelfde lot!
Te samen ons doen klimmen,
ginds, waar ons duurbren zijn:
wat zouden wij, ginds hoog en verre,
beminnen, eindloos puur, beglansd door al die sterren!