Alpejagerslied

A. Manassen

Een heer die de straat afdaalt

een heer die de straat opklimt

twee heren die dalen en klimmen

dat is de ene heer daalt en de andere heer klimt

vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx

van de beroemde hoedemakers

treffen zij elkaar

de ene heer neemt zijn hoge hoed in de rechterhand

de andere heer neemt zijn hoge hoed in de linkerhand

dan gaan de ene en de andere heer

de rechtse en de linkse

de klimmende en de dalende

de rechtse die daalt de linkse die klimt

dan gaan beide heren

elk met zijn hoge hoed zijn eigen hoge hoed zijn bloedeigen hoge hoed

elkaar voorbij

vlak vóór de deur van de winkel van Hinderickx en Winderickx

van de beroemde hoedemakers

dan zetten beide heren

de rechtse en de linkse

de klimmende en de dalende

eenmaal elkaar voorbij

hun hoge hoeden weer op het hoofd

men versta mij wel

elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd

dat is hun recht dat is het recht

van deze beide heren