De stal

A. Mesritz-van Velthuysen

Tegen het donker van een schuur

Danste op de deel een gouden vlieg,

Vlak voor den schemer van een wieg

Straalde op den grond het zonnevuur;

Een wijnrank en een rozelaar

Vlochten hun takken door mekaar -

En midden uit die zwarte poort

Bekeek een kleine rose droomer

Verbaasd dien grooten groenen Zomer,

En murmelde een verwonderd woord, -

En voor de poorte van den stal

Bloeide het blauw, heerlijk heelal!

Zoo was het meer: - er was eenmaal

Een kind, dat in een kribbe lag

En naar de groote wereld zag,

- Het is een oud prachtig verhaal -

Een wijnrank en een rozelaar

Vlochten hun takken door mekaar -

Daar was alleen wat stroo in huis,

Daar was een moeder en een herder,

Een ezel en een duif - - en verder

Brachten de menschen hem een kruis, -

En vóór de poorte van den stal

Bloeide het blauw, heerlijk heelal!