De beelden en de gamelan

B. Van den Sigtenhorst-Meyer

Van uit het dal, waarin de dorpjes liggen

verscholen tusschen palmen en bamboebosschen

stijgen gamelanklanken zacht op waar ik sta

op de tempelgang naast den stillen Boeddha.

Zacht... héél zacht stijgen ze op,

tokkelend en klokkend

en omstreelen de

godenbeelden met teeren klank.

Voor me ligt de Merapi,

die geheimzinnig

oprijst in het licht der maan.

Een gevoel vol heerlijkheid overweldigt me

en tranen komen me in de oogen.