Maanlicht

B. Van den Sigtenhorst-Meyer

De volle maan omhult de aarde met haren sluier van glans

en de schaduw der boomen kruipt over de lichte wegen

De witte nachtbloemen pronken tusschen het groen

en lokken torren en vlinders met bedwelmende geur.

Verder weg kwaken de kikkers in de lotusvijvers

en tjirpen krekels in de boomen.

De tokè galmt z'n vreemden zang

en wij… we hebben elkaar zoo lief.