Invocatio Amoris

B. Zweers

Dien den blinden blinde smaden,

Daar uw glans hun schemer dooft

Waar de kroon van uw genaden

Weêrlicht om één sterflijk hoofd;

Door de duizenden verloornen

Aangebeden noch vermoed:

God dien enkel uw verkoornen

Loven voor 't hoogste goed...

Door de kleurgebroken bogen

Van de tranen die gij zond,

Worden zienden weêr mijn oogen

Als in nieuwen morgenstond:

Zien de matelooze wereld

Stralen nog van zoom tot zoom;

Heel de mateloze wereld

Bleef uw ongerepte droom!

Laat mij onder uw beminden,

't Zij gij zegent of kastijdt:

Blijf mij eeuwiglijk verblinden

Tot het kind dat u belijdt.

Lust en smart in uwe banden

Werd hetzelfde hemelsch brood:

Eindloos zoet uit uwe handen

Laav' de laatste teug, de dood.