Aan de maan

J. Brandts-Buys

Toon ons uw luister, o zilveren Maan!

Rijs uit het meer.

Lach den zwervenden scheepling aan.

Straal, op 's wandelaars donkere baan,

In uw lieflijkheid neêr.

Waar zonder hoop de Verlatene smacht,

Schemere uw gloor.

Waar, naar troosteleze afscheidsklagt,

Blij hereenen de Minnenden wacht,

Breke uw glinstering door.

Schoon is de Dag, als zijn purpere gloed

Vorstelijk stijgt; --

Als hij

zingend

de

ontwaakten

groet!

Maar

uw komst

is den

peinzenden

zoet,

Gij, die flonkert - en

zwijgt!