Ik weet niet van uit welken verren tijd

D. Ruyneman

Ik weet niet van uit welken verren tijd Gij

steeds nader komt om mij te ontmoeten.

Uw zon en sterren kunnen U niet voor altijd voor

mij verborgen houden.

Meenig morgen en meenigen avond

werden Uw voetstappen gehoord

en Uw boode kwam in mijn hart

en riep mij heimelijk.

Ik weet niet

waarom mijn leeven vandaag zoo ontroerd is,

een huivering van vreugde

vaart door mijn hart.

Het is alsof de tijd gekoomen

is dat ik mijn werk zal be-eindigen,

en ik speur in de lucht

een zwakke geur van Uw zoete aanweezen.