De droom
E. Mulder
Wanneer de hemel vol wordt van gezang
En 't lied op lied het lied te boven stijgen,
Dan zullen alle laag're liedren zwijgen
En is een eind aan onze donkre drang.
Dan plaagt ons langer niet het wreed verlang
Dat naar een eindloosheid ons hart deed hijgen,
Omdat wij hoopten eindlijk te verkrijgen
Een kracht en vrede zonder overgang.
Gedroomd verblijf waar zielen zielen vinden,
En niets verganklijks langer aan ons kleeft,
Hoe kostbaar zijt ge schoon ge niet bestaat.
Het is toch zo dat waar we ons moeizaam vinden
Door 't vele schone dat nochtans vergaat,
De droom verschijnt als dat wat waarlijk leeft.