Wat ben je mooi, m'n lieve kind
F. Peeters
Wat ben je mooi, mijn lieve kind,
in ' t kleedje van flanel,
wat ben je mooi, mijn lieve kind,
zoo zuiver in uw spel
van lachend staan
en ommegaan
o; voetjes, vlug -vlug - vlug,
nu hier vandaan,
nu hierop aan,
nu wèg weer en terug.
Hij weet en dans èn melodie
en gratievollen zwier,
uw dichter weer herboren,
die zet teekens op ' t papier.
Wat ben je mooi, mijn lieve kind,
het liedjen is ten end,
wat ben je mooi,, mijn lieve kind,
dat lachend mij verwent.