De wegwijzer

Franz Peter Schubert

Wat vermijd ik dan de wegen,

waar de andere wandelaars gaan,

zoek voor mij verborgen

paadjes

door met sneeuw bedekte rotstoppen?

Heb toch

niets begaan

waardoor ik mensen zou moeten mijden,

welk een dwaas verlangen

drijft me in de woestenijen?

Wegwijzers staan op de straten,

wijzen naar de steden,

en ik wandel zonder mate,

zonder rust, en rust zoekend.

Een wegwijzer zie ik staan

onverzettelijk voor mijn blik,

een straat moet ik nemen,

die nog niemand terugging.