Geest van liefde
Franz Peter Schubert
Wie ben je, geest van liefde,
Die door de kosmos zweeft,
De schoot der aarde kiemen,
't Atoom beweging geeft?
Die elementen clustert,
Die wereldbollen kneedt,
Uit engelenharpen jubelt
En spreekt door zuigelingskreet?
Wie ben jij, kracht der krachten,
Waar 't grijsaardsoog door glimt,
De jongeman gaat blozen,
De meisjesboezem klimt?
Die liefde vraagt en aanbiedt,
Om liefde vecht en werft,
Messiashymnen uitdenkt
En Brutusdoden sterft?
Ben jij niet Gods bezieling,
Een licht dat hij ontsteekt,
En als zijn hand zo machtig,
Die werelden bouwt en breekt?
De vaan van onze kruistocht
Die wekt met vuur'ge gram
De laffen en de slappen,
Een waaiend' Oriflamm'.
Slechts hij is goed en edel,
Voor wie jij spant de boog.
Slechts hij is groot en godd'lijk,
Wiens man-zijn jij beoogt.
Zijn werk zijn piramiden,
Zijn woord is een despoot,
Een spotlach is hem gruwel,
Een hoonwoord is zijn dood.