Egelentieren roosken

H. Meima

Egelentieren roosken, roosken,

liever komt uw geur te mij,

als uw broeders, als uw zusters,

of 't zij welker blom het zij;

g'hebt een zuiver geluw hertjen,

en ge'n duikt het niet, voorwaar,

g'hebt vijf bleekroo' blijde vlerkskes

en zulk schoon gefriezeld haar:

g'hebt alle andere deugden, g'hebt een'

alderliefsten name, maar,

hij bediedt een fel gebekten,

stekelstafden tronk, nie' waar?