In teere schaduw

H. Mulder

In teere schaduw zilverblauw

sloegen witte wieken en een gerucht

voer om; er werd een groote zucht

gewekt, een wenschen, dat ver weg wou.

Gij en ik, o wij gaan wel trouw

samen, wij vliegen uit in ééne vlucht

en laat het zijn naar het ver gehucht

van mijne ziel en gaan wij gauw

Dat ligt in de bergen, men vindt het nauw,

wijkende in de lentelucht,

schuchter de huizen, zonder gerucht

in teere schaduw zilverblauw.