De dagen van den zomer zijn getogen

H. Schouwman

De dagen van den zomer zijn getogen

de pracht van hun gewaden is vergaan

herfst's gouden mantel is nog troost voor de oogen

doch weldra zullen naakt de boomen staan.

Jeugd zond de ziel als leeuwrik naar den hoogen

blauw-lichten hemel zonder ster of maan,

maar hel door-zond, duiven wit-wiekig vlogen

vree-boden zij, van groen landouwen aan.

Jeugd gaat zoo snel, ik zie de blos verbleeken

van menig wang, het loof der boomen dunt,

de herfst gaat goudend rond door stille streken,

zoo lang zijn wil nog een schoon rusten gunt,

moge uit de stilt en storm een kracht zich klaren,

die fier zich heft bij lente's eerste blaren. -