Zomerweelde

H. Schouwman

Daar ginder, al over de heide

daar ging ik te morgen een gang,

mijn voeten liepen zo blijde,

zo blijde klonk mijn zang.

Doorzichtige wolken, ze gleden

en weken àl wijder en wijd,

àl schoonheid omhoog en beneden,

àl zomerheerlijkheid.

Hoog-open de lucht met het gouden

gewemel van het zonnelicht, fijn,

en rustig de wachtenden wouden

en licht het harte mijn.

Daar ginder al over de heide

was weelde van leven en lach,

mijn ogen keken zo blijde

dank, dank voor deze dag.