Epiphania
J. Bordewijk-Roepman
Ik droomde van een trage karavaan
die over 't effen wit der zandwoestijnen
uit Oosterlanden, zonder stille staan,
naar 't Westen toog waar Christus moest verschijnen.
De rijkgehulde kemels stapten aan
en olifanten torschten baldakijnen
van purper... en ze bleven, bleven gaan
van 's uchtends tot de zonne ging verdwijnen...
Het nachtlijk deemstren doofde alles-dood.
Dan hield de maan verbaasd heur bleek gezicht,
ineens, op de onverroerde zee van zand gericht,
en schrok... Drie mannen in haar spooklicht, groot
als goden uit Egypte, in wit gewaad
ten hemel heffend armen en gelaat...