Op 't wilde golven

J. de Middeleer

Op 't wilde golven van mijn boezem gaat

de deining van mijn donkere gedachten,

onstuimig zwellend in dees nacht van haat

en razernij, met ongekende krachten,

en steigerend ten hemel op, al 't kwaad

hem tegenloeiend, dat ze aan mij volbrachten,

al wat mijn ziel met grimmige onmacht slaat

en naamloos leed dat niemand zal verzachten.

En lijk de storm, aan 't toppunt van zijn kracht,

zijn duizend stemmen breekt in eenen, éénen

oneindgen kreet van woede en toch weer zacht

gaat strijken en aan 't strand in kreunend stenen

uitsterven, zink ik neer, uit al die kracht,

in hopeloos gebed en machtloos weenen.