Die watertjes

J. Kroon

Die klare koele watertjes, die beekjes in dat woud

die zingen maar den gansen dag die zingen menigvoud

Dat tuist al hier al daar het suist melodisch ondereen

dat klatert murmelzingt en schalt en zwijgen doet er geen

In 't overheerlijk zomerwoud glijdt menig stroompje voort

dat weet van zingen en zegt op eigen wijs zijn woord