Bloemenliedje
J. Van Hoof
Wie mint de lieve bloempjes niet
De bloempjes die daar geuren?
De lieve tuiltjes, die 'k hier bied
Zoo frisch en bont van kleuren.
'k Heb ze in mijnen tuin geplant
Verpleegt met bange zorgen:
Beschut voor fellen zonnenbrand,
Begoten elken morgen.
Eerst waren 't zaadjes, nietig klein,
Nu zijn het fraaie bloemen:
Viooltjes, vlieren, roosjes rein,
Onnoodig ze al te noemen.
Wie mint de lieve bloempjes niet,
De bloempjes die hier praten,
Hun feestlijk uitzicht weert verdriet,
Doet vreugd in 't harte dalen.