O die steken!
J. Van Hoof
O die Steken!
Waarmee vals en wreed, de dood,
huurling van een blinden Jood,
beider angst zou wreken:
Bloedigrood haar triomf beschreef,
aan Hem klampen bleef.
O die Steken!
Wondenkrans, in Hem Gods Zoon,
gruwzaam gapend zondeloon!
Moest gij 't licht niet breken?
Zonnen nu, die het Godlijk bloed
eeuwig schittren doet.