Ten blauwen hemel

J. Van Langermeersch

Ten blauwen hemel

blinkt duizendvoud de sterre,

belachend, hel en verre,

de loveren groen en frisch!

In diepe wouden

ontelbre bloemen blozen, —

betooverende rozen

die vragen naar een kus!

'k Zie geren't licht der sterren

mij lachend tegenpinken.

'k Zie geren de dauwdrop blinken

op loveren en roos.

Maar ' k gaf wel al de sterren

en al der wouden bloemen,

gij, die ' k niet durve noemen,

voor uwen liefdeblos!