Kwikke-kwakke-kwekkie
J. Wierts
Twee kikkers op een hekkie:
Kwikke-kwakke-kwekkie.
Een ooievaar stond op een steen,
En hield een kikker bij zijn been.
Dat was spekkie naar lepelaars bekkie,
Maar o kwikke-kwakke-kwekkie.
Daar kwam een jager langs de sloot,
Die - pief-paf-poef! - schoot lepelaar dood.
Dat was spekkie naar jagertjes bekkie,
Maar o kwikke-kwakke-kwekkie.
Juist toen hij lepelaar pakken wou,
Sprongen twee kikkertjes over zijn mouw.
De kikkertjes sprongen in de sloot:
En jagertje schrok, viel, verdronk en was dood.
Dat was spekkie naar kikkertjes bekkie,
O kwikke-kwakke-kwekkie.