Lenteweemoed

J. Zwolsman

Als lammren wand'len zacht en blank als room

De Meiewolken over 't hemelveld

De lucht, àl weeldelijk een vrucht die smelt

wacht vol bedwelmend hagelbloeieroom

Waar warme wadem d'aarde zwaar ontwelt

Voel ik mijn voeten loopen zomerloom

De lenteweemoed, als een droeve droom

Komt over mij met schijnbaar liefgeweld

O luwe luchten! blanke wolkenwol!

Weezoete geur van doorn en vogelkers!

Mijn jeugd van zang en vreugd'verlangen dol

Waart om alom, dat zij m'een traan ontpers!

Haar blik is blauw, haar adem zijezacht.

O Jeugd! kom tot mij in de Meienacht