Bloemenkrans

K. Mestdagh

Gelijk de roos den dauwdrop blank

zacht opvangt in heur blaren,

zoo in mijns herten stil gevang,

wil ik dijn minne bewaren!

Elk woord dat gij me fluistert

van dijne zoete min,

valt in mijn hert dat dij besluistert

en wordt er perel in!

Dauwdropken geeft en bloei en tier

der teêrgeliefde roze,

en nog zoo rein, en nog zoo fier

het bloemken staat te blozen!

Zoo zal mijn herte bloeien

door dijne minne teêr,

en zoete bloemen zullen er bloeien

mijn liefken, dij ter eer!