De schuiten

L. Kok

De schuiten hebben den dag volbracht.

Zij drijven terug naar de goede haven.

Achter de kim ligt de zon begraven

onder den troost van roode pracht.1)

Wind is er haast niet, maar de sterke vloed

draagt ze vriendelijk, alle gelijk naar binnen,

den wijden, veiligen mond tegemoet,

waar de hoofden hun wachtende omarming beginnen.